Schrijf een goed infostuk op LinkedIn

Kies een goede kopregel voor LinkedIn
23 november 2021
Voeg je opleiding en ervaring toe op LinkedIn
7 december 2021

Schrijf een goed infostuk op LinkedIn

In ‘LinkedIn4smartphone tip 3’ vertelde ik je over het maken van een goede kopregel. Deze keer meer over het infostuk. Als je verder kijkt in een profiel, dan zie je een groter stuk tekst: dit is het infostuk.

Heb je nog geen info stuk? Dan kun je dit onderdeel kiezen onder de knop “profielonderdeel toevoegen”. In het infostuk kun je jezelf presenteren. Het is erg belangrijk om dit stuk goed te schrijven. Hieronder leer je hoe je een infostuk schrijft. Met behulp van ‘mindmappen’ ga je op zoek naar de juiste kernwoorden in jouw infostuk.


Aanpak.

Ben je goed in het schrijven van een stuk interessante tekst? Je kunt dan direct beginnen met schrijven. Niet voor iedereen is het schrijven van een infostuk makkelijk. Het kan handig zijn om dit te doen aan de hand van een aantal stappen. Kijk eens naar de volgende aanpak:

  1. Zet zoveel mogelijk ideeën op papier, bijvoorbeeld met behulp van mindmappen.
  2. Schrijf de tekst eerst in een tekstverwerker of op papier, let op je schrijfstijl.
  3. Denk na over de indeling van je tekst.
  4. Schrijf voor je doelgroep.
  5. Let op het taalgebruik.

Hieronder krijg je uitleg en tips over deze stappen.


Mindmappen.

Soms is het best moeilijk om een info-stuk te schrijven. Hoe zorg je ervoor dat je alle belangrijke zaken noemt en niets over het hoofd ziet? Mindmappen is een leuke en effectieve methode om erachter te komen waar je infostuk over zou kunnen gaan. Een mindmap helpt je om over alle aspecten van je onderwerp na te denken. 

Zelf een online mindmap maken? Kijk dan eens op: mindviewonline , mindmeister of mindomo

Meer informatie over mindmappen vind je op mindmapping.com.


Schrijfstijl.

Je kunt prachtige mindmap hebben gemaakt met de juiste kernwoorden, maar als de schrijfstijl niet goed is, dan komt de boodschap niet goed over. Denk bij een juiste schrijfstijl aan de volgende zaken:

  • – Schrijf in de eerste persoon
  • – Gebruik consequent ‘u’ of ‘je’, maar niet door elkaar.
  • – Richt je op de doelgroep.
  • – Gebruik witregels, in stukken geknipt is de tekst vaak beter leesbaar.
  • – Maak het persoonlijk, voeg een korte anekdote toe.

Indeling.

Je infostuk kan vrij kort zijn, maar kan ook een langer stuk tekst worden. Grotere blokken tekst lezen niet gemakkelijk. Een tekst wordt beter leesbaar als je deze verdeelt in stukken. Elk van deze stukken kan gaan over een onderwerp uit je mindmap. Deze kernwoorden zouden allemaal blokken tekst kunnen worden. Een goed info stuk schrijven is een uitdaging. Je hebt er 2600 tekens de ruimte voor, maar het moet een stuk tekst zijn dat prettig leest.

  • – Denk na over de indeling. 
  • – Denk in blokken. 
  • – Geef elk blok een titel.
  • – Schrijf in blokken.
  • – Zorg ervoor dat de blokken allemaal ongeveer even groot zijn.

Ze kunt je tekst dus in stukken knippen, elk onderwerp wordt een ‘blok’ zoals in het voorbeeld hiernaast.

Zeker als het een langere tekst wordt, is dit een goede tip. Een lezer kan de tekst dan ‘scannen’ door eerst de kopjes van de blokken te lezen. Daarna kan de lezer besluiten een of meerdere blokjes te lezen die interessant zijn.

Tip: Schrijf of typ je tekst eerst in klad en experimenteer ermee voordat je in LinkedIn aan het werk gaat. Laat iemand anders je tekst lezen en wees niet bang voor (opbouwende) kritiek. Je infostuk wordt er alleen maar beter van.


Doelgroep.

Je doelgroep is de groep mensen die jij wilt bereiken. Je hebt niet voor niets een LinkedIn account aangemaakt en wil graag dat anderen jouw infostuk lezen. Deze groep mensen kunnen oud of jong zijn, lager of hoger opgeleid. Elke doelgroep moet op zijn eigen manier worden aangesproken.

Heb je meerdere banen en ook verschillende doelgroepen? Kies dan de doelgroep uit waar jij het meeste profijt van kunt hebben. Houd bij het schrijven altijd deze doelgroep voor ogen. Begin met de belangrijkste doelgroep, in de volgende alinea kun je dan je tweede doelgroep bedienen. Het resultaat wordt een indeling in blokken.


Taalgebruik.

Ben je een jong-professional of student, dan kan je taalgebruik heel anders zijn dan van een senior-professional. Gebruik zo min mogelijk spreektaal, ook als je dit wel dagelijks gebruikt. Kijk uit met modewoorden en straattaal. Het is een zakelijk netwerk, probeer te streven naar ‘Algemeen Beschaafd Nederlands’. 

  • – Vermijd ‘straattaal’
  • – Gebruik niet te veel vakjargon, gebruik taal die iedereen begrijpt.

In ‘LinkedIn4smartphone tip 5’ besteed ik aandacht aan het toevoegen van je opleiding en ervaring aan je profiel. Waar moet je op letten?

Kijk ook eens naar de blog over LinkedIn als visitekaartje, tips voor een goede profielfoto en hoe je een goede kopregel schrijft.